ECLI:NL:CRVB:2019:1167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst schadevergoeding toe wegens onrechtmatig besluit CAK inzake bestuursrechtelijke premie
Appellant werd door CAK als wanbetaler aangemeld en kreeg een eindafrekening bestuursrechtelijke premie opgelegd. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van deze eindafrekening omdat betaalde bedragen aan de deurwaarder niet waren verrekend. CAK verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde een bedrag van €4.040,15, vermeerderd met deurwaarderskosten van €732,74. Appellant betaalde dit niet en kreeg een dwangbevel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen onrechtmatigheid werd vastgesteld. CAK trok later het eerste besluit in en stelde een lagere eindafrekening vast. Appellant ging in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn schadevergoedingsverzoek.
De Raad oordeelde dat het eerste besluit onrechtmatig was omdat het onjuist was vastgesteld en dat de onrechtmatigheid aan CAK moet worden toegerekend. De deurwaarderskosten van €732,74 stonden in direct verband met de invordering op basis van het onrechtmatige besluit en moeten daarom worden vergoed. De Raad vernietigde het eerdere vonnis voor zover het schadevergoeding afwees en wees de vergoeding toe. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Veroordeling CAK tot vergoeding van €732,74 schadevergoeding en vergoeding griffierecht aan appellant wegens onrechtmatig besluit.