ECLI:NL:CRVB:2019:1083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en afwijzing benoeming onafhankelijke deskundige
Appellant, werkzaam als glaszetter, was arbeidsongeschikt geraakt door enkel- en rugklachten na een bedrijfsongeval. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2016 vast op 45 tot 55% en wees een vervolguitkering toe. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling en stelde dat hij meer beperkt was, onder meer vanwege pijnklachten, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was en appellant onvoldoende objectieve medische gegevens had overgelegd om de beperkingen te betwisten. Ook werd geen schending van het equality of arms-beginsel vastgesteld, zodat geen onafhankelijke deskundige werd benoemd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, aangevend financieel niet in staat te zijn zelf aanvullend onderzoek te laten verrichten. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De medische beoordeling was zorgvuldig, de beperkingen waren juist vastgesteld en de door appellant overgelegde medische informatie was niet ongeschikt om twijfel te zaaien. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en bevestigde dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies.
De Raad overwoog tevens dat een latere toename van arbeidsongeschiktheid na 1 januari 2016 door het UWV was erkend en dat appellant daarvoor een IVA-uitkering ontving. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV-besluit over de arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2016 wordt bevestigd.