ECLI:NL:CRVB:2018:939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken noodzaak permanent toezicht
Appellante, bekend met lichamelijke en psychische klachten en visusproblemen, diende een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af op basis van een medisch advies dat stelde dat de somatische en zintuiglijke beperkingen geen noodzaak voor permanent toezicht of 24-uurs zorg rechtvaardigen.
Na bezwaar en aanvullend neuropsychologisch onderzoek bleek dat cognitieve stoornissen aanwezig waren, maar een diagnose dementie niet betrouwbaar kon worden vastgesteld. De geriater concludeerde dat stemmingsklachten een grote rol speelden en dat er geen psychogeriatrische grondslag was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was en dat de aanvullende stukken van appellante geen aanleiding gaven om het besluit te herzien. De aanvraag voor langdurige zorg werd terecht afgewezen omdat geen noodzaak voor permanent toezicht of 24-uurs zorg was vastgesteld.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurige zorg is terecht afgewezen wegens het ontbreken van een noodzaak voor permanent toezicht of 24-uurs zorg.