ECLI:NL:CRVB:2018:93
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling noodzaak diagnostische opname voor vaststelling recht op WIA-uitkering
Appellant was werkleider bij een schoonmaakbedrijf en meldde zich ziek vanwege psychische klachten, waaronder angst- en paniekaanvallen. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering vroeg het UWV informatie op bij de behandelend psychiater, die een diagnostische opname adviseerde. Appellant weigerde deze opname.
Het UWV liet vervolgens een verzekeringsarts en een psychiater een nader onderzoek uitvoeren. De psychiater kon geen definitieve diagnose stellen en stelde dat simulatie niet kon worden uitgesloten. De verzekeringsarts concludeerde dat zonder diagnostische opname onvoldoende gegevens beschikbaar waren om de arbeidsongeschiktheid te beoordelen.
Het UWV besloot daarom, op grond van artikel 46a Wet WIA, de aanspraken op een WIA-uitkering buiten beschouwing te laten vanwege het niet meewerken aan de noodzakelijke diagnostische opname. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep toetste terughoudend en oordeelde dat het UWV in redelijkheid tot haar standpunt kon komen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.