ECLI:NL:CRVB:2018:883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten en fiscale adviesnota bevestigd
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor reiskosten naar zijn advocaat en het juridisch loket over een periode van bijna drie jaar, alsmede voor een nota van een belastingadviseur inzake fiscaal advies. Het college wees deze aanvraag af omdat deze kosten behoren tot de algemene kosten van bestaan die uit het bijstandsniveau kunnen worden voldaan.
Appellant stelde in hoger beroep dat de coach die het besluit nam niet bevoegd was en dat het college daarom een dwangsom verschuldigd was wegens niet tijdig beslissen. Ook voerde hij aan dat de kosten niet reguliere kosten zijn maar voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, waardoor bijzondere bijstand gerechtvaardigd zou zijn.
De Raad oordeelde dat het besluit van 10 juni 2014 wel degelijk een besluit in de zin van de Awb is, ongeacht de bevoegdheid van de coach, en dat het college geen dwangsom verschuldigd is omdat het besluit binnen twee weken na ingebrekestelling is genomen. Verder stelde de Raad dat de reiskosten en de nota incidentele algemene kosten van bestaan zijn die in beginsel uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan. Het enkele feit dat de kosten verband houden met procedures rechtvaardigt geen bijzondere bijstand.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor reiskosten en fiscale adviesnota wordt bevestigd.