ECLI:NL:CRVB:2018:848
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vermogensherziening en toepassing artikel 59a Wuv bij vermogensvermindering door eigen invloed
De zaak betreft een verzoek tot vermogensherziening van appellante waarbij het vermogen eerder eenmalig was vastgesteld. Na een tussenuitspraak in 2016 nam verweerder nieuwe besluiten waarin de gebreken waren hersteld. Uit de nieuwe besluiten bleek dat het vermogen in 2012 niet meer aanwezig was en het saldo negatief was, maar verweerder paste artikel 59a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wuv niet toe omdat geen sprake was van vermogensvermindering buiten de invloedssfeer van appellante en haar echtgenoot.
Appellante stelde dat de vermogensvermindering het gevolg was van omstandigheden zoals een brand waarbij gegevens verloren gingen, maar kon geen stukken overleggen die aantonen dat zij geen invloed had op de vermogensvermindering. De Raad concludeerde dat de verkoop van aandelen en het huis, evenals geldleningen aan familieleden, handelingen zijn binnen de invloedssfeer van appellante en haar echtgenoot.
De Raad vernietigde de besluiten van 2013 en 2014 wegens onvoldoende motivering, maar verklaarde de beroepen tegen de besluiten van 19 mei 2016 ongegrond. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten van 19 mei 2016 worden ongegrond verklaard en de eerdere besluiten van 2013 en 2014 worden vernietigd.