ECLI:NL:CRVB:2018:794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herberekening terugvordering bijstand over beperkte periode
De zaak betreft hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel ongegrond verklaarde. Het college had bij een besluit van 10 augustus 2016 de terugvordering van bijstand gematigd tot het bedrag over de periode van 12 november 2009 tot en met 31 december 2010, conform een eerdere uitspraak van de Raad van 14 juni 2016.
Appellante voerde aan dat zij ten onrechte niet was gehoord voor het bestreden besluit en dat het college nieuwe bewijsstukken, zoals een taxatie van de woonwagen, had moeten meenemen. Tevens stelde zij dat het stilzitten van het college haar in een nadelige bewijspositie had gebracht.
De Raad oordeelde dat de rechtbank en het college juist hadden gehandeld door zich te beperken tot een rekenkundige uitwerking van het terugvorderingsbedrag binnen de reeds vastgestelde periode. Er was geen verplichting tot hernieuwde hoorplicht en de bevoegdheid tot intrekking en terugvordering stond niet ter discussie. Het hoger beroep slaagde daarom niet en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De beslissing werd uitgesproken door rechter J.T.H. Zimmerman op 13 maart 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding af.