ECLI:NL:CRVB:2018:789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling bevestigd
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2014 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts en psychiater concludeerden dat er geen psychiatrische diagnose meer aanwezig was en dat appellante slechts beperkte fysieke beperkingen had. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd vastgesteld met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, waarna de WAO-uitkering per 5 april 2015 werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onvolledig was, met name dat de psychiater niet beschikte over alle relevante medische informatie en dat een neuropsychologisch onderzoek had moeten plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV de beperkingen juist had vastgesteld op basis van een zorgvuldig onderzoek.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen en psychiater zorgvuldig en volledig onderzoek hadden verricht, inclusief het betrekken van informatie van de behandelend psychiater en huisarts. De medische stukken die appellante vlak voor de zitting inzond, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met hoor en wederhoor. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante medisch geschikt was voor de geselecteerde functies en bevestigde de beëindiging van de WAO-uitkering. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.