ECLI:NL:CRVB:2018:764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beschikking bijstand op grond van huuropbrengsten woning
Appellante, eigenaar van een woning die zij verhuurt, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet met ingang van 1 april 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de aanvraag af omdat de huuropbrengsten van de woning boven de bijstandsnorm lagen. Appellante stelde dat zij niet over de huuropbrengsten kon beschikken omdat de huurbetalingen werden ontvangen door haar voormalige partner, die ook de lasten van de woning betaalde en mede-hypotheekhouder was.
De Raad oordeelde dat appellante als eigenaar gerechtigd is tot de huuropbrengsten en redelijkerwijs over deze inkomsten kon beschikken. De afspraak dat de voormalige partner de huur ontving, deed hieraan niet af. Ook de stelling dat de huuropbrengsten verrekend moesten worden met hypotheeklasten en andere kosten werd verworpen, omdat de Participatiewet geen verrekening van verwervingskosten toestaat.
Verder was er geen bewijs dat appellante belasting betaalde over de huuropbrengsten, zodat geen vermindering van het inkomen op die grond kon worden toegepast. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de voorzieningenrechter dat appellante geen recht had op bijstand omdat haar inkomen uit verhuur boven de norm lag.
Uitkomst: De aanvraag bijstand werd afgewezen omdat appellante redelijkerwijs kon beschikken over huuropbrengsten die haar inkomen boven de bijstandsnorm brachten.