ECLI:NL:CRVB:2018:716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid ondanks verslavingsproblematiek
Appellant, voormalig keukenmedewerker, meldde zich ziek met alvleesklierontsteking, buikpijn, psychische klachten en alcoholverslaving. Het UWV stelde vast dat appellant per 24 februari 2016 geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde de ZW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat medische stukken onvoldoende zijn meegewogen en dat hij al voor het einde van zijn dienstverband arbeidsongeschikt was. Tevens verwees hij naar een eerdere vergelijkbare uitspraak waarin een WGA-uitkering werd toegekend. De Raad oordeelde dat de medische rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was en dat er op de datum in geding geen sprake was van een actief ontstekingsproces of opname.
Hoewel appellant later werd opgenomen voor detoxificatie, lag deze opname na de datum in geding en rechtvaardigt dit geen recht op ZW-uitkering per 24 februari 2016. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering per 24 februari 2016 bevestigd.