ECLI:NL:CRVB:2010:BO7208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WGA-uitkering bij alcoholverslaving en psychische problematiek
Appellante was tot 31 juli 2005 werkzaam als administratief medewerkster en meldde zich per 15 april 2006 ziek. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe omdat zij niet kon werken, maar er wel kans op herstel was. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zij blijvend volledig arbeidsongeschikt was door ernstige psychische en verslavingsproblematiek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, verwijzend naar de medische onderbouwing van het UWV. In hoger beroep stelde appellante dat herstel niet mogelijk was en verwees naar een behandelend specialist en diagnostisch onderzoek dat borderlineproblematiek aanwees.
De Raad overwoog dat op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) duurzaam arbeidsongeschikt zijn betekent dat er op lange termijn weinig kans op herstel is. Uit de medische rapportages bleek dat appellante ondanks haar alcoholverslaving en psychische problemen in een relatief korte periode kon ontwennen en dat er een behandelmethode en kans op herstel bestond. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagde en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een IVA-uitkering en handhaaft de toekenning van een WGA-uitkering vanwege kans op herstel.