ECLI:NL:CRVB:2018:713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante was werkzaam als orderintaker en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet vanwege ongeschiktheid door zwangerschap en later fysieke en psychische klachten. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts van het UWV werd vastgesteld dat zij per 13 juli 2015 geschikt was voor haar eigen werk, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellante betwistte dit besluit in bezwaar en beroep en voerde aan dat de werkomschrijving onvolledig was en dat haar psychische klachten ernstiger waren dan erkend. Zij stelde dat de verzekeringsarts onvoldoende onderzoek had gedaan, met name door niet te overleggen met haar huisarts en door het ontbreken van een urenbeperking.
De Raad oordeelde dat het UWV een juiste inschatting had gemaakt van de arbeidsbelasting en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijk was gemotiveerd. De subjectieve klachtenbeleving van appellante was onvoldoende om twijfel te doen ontstaan over de vastgestelde belastbaarheid. De beslissing van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.