ECLI:NL:CRVB:2018:690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over terugbetaling WIA-uitkering en toekenning proceskosten
Appellante, een BV, was in geschil met het UWV over de terugbetaling van een WIA-uitkering aan een ex-werknemer over de periode januari 2013 tot mei 2014. Het UWV had een besluit genomen dat appellante de uitkering van €22.208,01 moest terugbetalen, wat door appellante werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het UWV nam later een nieuw besluit waarin de eerdere besluiten werden herroepen.
Appellante vorderde vergoeding van kosten die zij in bezwaar en hoger beroep had gemaakt, waaronder kosten van een deskundigenrapport. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij tijdig om vergoeding van de kosten in bezwaar had verzocht, waardoor deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep, waaronder griffierechten en reiskosten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor het vernietigen van het oorspronkelijke besluit en ongegrond voor het nieuwe besluit van 20 juni 2016.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het besluit van 2 oktober 2014, maar verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit van 20 juni 2016 ongegrond. De proceskosten werden begroot op €1.552,85, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht van €831.
Uitkomst: Het besluit van 2 oktober 2014 wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante.