ECLI:NL:CRVB:2018:666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling bijstandsaanvraag wegens onvoldoende gegevens
Appellant diende op 5 maart 2014 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht appellant meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder een verklaring over hoe en door wie hij financieel werd onderhouden tussen 2010 en 2014. Appellant leverde deze gegevens niet volledig aan.
Op 28 april 2014 stelde het college de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de gevraagde gegevens ontbraken. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit in haar uitspraak van 6 maart 2015.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college misbruik van bevoegdheid maakte door de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat bijstandsaanvragen niet buiten behandeling mogen worden gesteld omdat bijstand het laatste vangnet is. De Raad oordeelde dat het college bevoegd is een aanvraag buiten behandeling te stellen indien noodzakelijke gegevens ontbreken en dat dit ook geldt voor bijstandsaanvragen. De latere toekenning van bijstand aan appellant betrof een andere periode en andere gegevens.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid en dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de buitenbehandelingstelling van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.