ECLI:NL:CRVB:2018:642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen gronden bezwaar
Appellant verzocht het UWV om herziening van inhoudingen op zijn WAO-uitkering. Het UWV wees dit verzoek af en appellant maakte bezwaar zonder de gronden te vermelden. Het UWV gaf uitstel tot 27 juli 2015 voor het indienen van de gronden, met de waarschuwing dat het bezwaar anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Appellant stuurde de gronden op 24 juli 2015, maar het UWV ontving deze pas op 4 augustus 2015, nadat de termijn was verstreken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet tijdige indiening van de gronden en wees een verzoek om belangenafweging af, omdat het UWV bevoegd was de termijnoverschrijding niet te accepteren. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel tijdig had verzonden en dat het UWV een belangenafweging had moeten maken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd waarom de rechtbank onjuist heeft geoordeeld. De Raad bevestigt dat het UWV terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding en dat geen belangenafweging vereist was. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van de bezwaarschriftgronden.