ECLI:NL:CRVB:2018:631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling arbeidsongeschiktheidsklasse en passeren zorgvuldigheidsgebrek UWV-besluit
Appellante, werkzaam als gitaardocente en zelfstandige, ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45-55%. Na melding van verslechterde gezondheid stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid vast op 80-100%, waarna de uitkering werd aangepast naar 65-80% vanwege inkomsten uit zelfstandige arbeid.
Appellante stelde in hoger beroep dat de anticumulatiebepaling van artikel 44 WAO Pro niet passend was, dat een gemiddelde arbeidsongeschiktheid over 2013 moest worden gehanteerd, en dat eerdere volledige arbeidsongeschiktheid niet was meegenomen. Tevens wees zij op een eerdere vrijlating van inkomsten die bij de berekening van 2013 niet was toegepast.
De Raad oordeelde dat de inkomsten uit zelfstandige arbeid terecht zijn meegeteld volgens vaste rechtspraak en dat de rechtbank correct had geoordeeld over de toepassing van artikel 44 WAO Pro. De voorgestelde compensatie en gemiddelde berekening ontbraken wettelijke grondslag. Het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het UWV-besluit werd erkend, maar omdat appellante daardoor niet is benadeeld, werd dit onder artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indeling van appellante in de arbeidsongeschiktheidsklasse 65-80% en passeert het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek wegens het ontbreken van benadeling.