ECLI:NL:CRVB:2018:620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Werkneemster was van 1 april 2010 tot 1 april 2013 in dienst bij appellante en meldde zich ziek in oktober 2012 wegens psychische klachten. Het UWV stelde op 7 augustus 2014 vast dat zij recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering met 100% arbeidsongeschiktheid per 29 september 2014. Appellante maakte bezwaar en stelde dat werkneemster recht had op een IVA-uitkering.
Het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was omdat herstel nog mogelijk was. Hoewel later een IVA-uitkering werd toegekend per 20 augustus 2015, hoefde deze latere ontwikkeling niet meegewogen te worden bij de beoordeling van de situatie op de datum in geding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat de beoordeling van duurzaamheid een inschatting van toekomstige ontwikkelingen betreft, gebaseerd op de medische gegevens die op de datum in geding beschikbaar waren. Latere medische ontwikkelingen hoeven niet te worden meegenomen.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van een IVA-uitkering per 29 september 2014 wordt bevestigd.