Uitspraak
16.3492 WUBO, 16/3498 WUBO
OVERWEGINGEN
…;
…;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo, ontving vanaf 1 augustus 2013 een garantie-uitkering. Verweerder herzag deze uitkering per besluit van 13 november 2015 naar € 0,- vanwege gewijzigde inkomstenbronnen, met terugvordering van een teveel betaalde som van € 3.192,88.
De Raad oordeelt dat de herziening gerechtvaardigd is op grond van artikel 61 van Pro de Wubo, omdat de oorspronkelijke vaststelling was gebaseerd op onvolledige gegevens. Hoewel appellant geen schuld treft, had hij moeten begrijpen dat er te veel was uitgekeerd. Het bezwaar tegen de herziening en terugvordering wordt daarom ongegrond verklaard.
Appellant verzocht tevens om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad stelt vast dat de termijn met ongeveer vier maanden is overschreden, maar wijst het verzoek af omdat reeds in een gerelateerde procedure een vergoeding is toegekend en geen uitzonderlijke omstandigheden zijn aangevoerd.
De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de garantie-uitkering en terugvordering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.