ECLI:NL:CRVB:2018:58
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid en IVA-uitkering
Werkneemster is sinds 1991 werkzaam als administratief medewerker en meldde zich in juni 2009 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde in 2011 vast dat zij volledig arbeidsongeschikt was en recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering. Appellante verzocht in 2013 om herbeoordeling met het standpunt dat werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering.
Het UWV baseerde zich op medische rapporten en concludeerde dat er nog een redelijke kans op verbetering was, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Dit werd bevestigd in bezwaar en door de rechtbank. In hoger beroep stelde appellante dat de arbeidsongeschiktheid wel duurzaam was, onderbouwd met een psychiatrisch rapport uit 2016.
De Raad oordeelt dat hoewel er in 2013 enige verbetering van de gezondheidstoestand werd verwacht, dit niet impliceert dat de belastbaarheid voor arbeid zou toenemen. De verzekeringsartsen konden dit niet onderbouwen met concrete aanwijzingen. De conclusie van het UWV dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, is onvoldoende gemotiveerd. Daarom draagt de Raad het UWV op het besluit te herstellen binnen acht weken.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen acht weken te herstellen wegens onvoldoende motivering over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.