ECLI:NL:CRVB:2018:564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit toekenning hulp bij het huishouden met persoonsgebonden budget
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om hem vijf uur per week hulp bij het huishouden toe te kennen in de vorm van een persoonsgebonden budget voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 30 januari 2017. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat rekening was gehouden met de medische beperkingen van appellant en dat vijf uur per week toereikend was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op meer uren hulp bij het huishouden en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde gronden naar voren als in eerste aanleg.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen wezenlijk nieuwe of andere gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor toekenning van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking tot vijf uur hulp bij het huishouden wordt bevestigd.