ECLI:NL:CRVB:2018:545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens niet doorgegeven inkomsten
Appellante ontving sinds 2004 bijstand als alleenstaande ouder. Na een signaal over niet gemelde inkomsten bij twee werkgevers heeft de gemeente Rotterdam een onderzoek ingesteld. Hieruit bleek dat appellante haar inkomsten vanaf oktober 2012 niet had doorgegeven, wat leidde tot een herziening van haar bijstandsrecht en een terugvordering van €6.704,40.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit deels vanwege een fout in de berekening over september 2013, maar liet het overige deel van het besluit in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit deel en voerde aan dat zij de loonstroken wel had ingeleverd, maar op een andere locatie dan gebruikelijk, en dat het college haar ten onrechte geen vrijlating had gegeven.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de loonstroken daadwerkelijk had ingeleverd. De verklaringen van familie waren onvoldoende concreet en de contactregistraties ondersteunden haar stelling niet. Ook het beleid van het college om geen vrijlating te verlenen bij niet tijdige opgave werd als redelijk beoordeeld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel ontvangen bijstand wegens niet gemelde inkomsten.