ECLI:NL:CRVB:2018:544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, terwijl hij in werkelijkheid een gezamenlijke huishouding voerde met P op het uitkeringsadres. Naar aanleiding van een melding van de ex-echtgenote van appellant heeft het college een onderzoek ingesteld dat leidde tot een terugvordering van €7.809,98 van appellant.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij zijn hoofdverblijf elders had, maar de Raad oordeelde dat het college voldoende feiten en omstandigheden had onderzocht, waaronder huisbezoeken en verklaringen, die aantonen dat appellant zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres en zorg droeg voor P.
De Raad verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding.