ECLI:NL:CRVB:2018:535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum nabestaandenuitkering zonder financiële hardheid
Appellante heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd naar aanleiding van het overlijden van haar echtgenoot in 2003. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende later een uitkering toe met ingang van 1 september 2012, waarbij de ontslagvergoeding gedeeltelijk in mindering werd gebracht.
De Svb herzag dit besluit en liet de ontslagvergoeding buiten beschouwing, maar handhaafde de ingangsdatum september 2012 omdat er geen sprake was van financiële hardheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat het netto-inkomen van appellante niet onder de minimumnorm was gedaald.
In hoger beroep stelde appellante dat de ontslagvergoeding buiten beschouwing moest blijven bij de berekening van het netto-inkomen. De Raad oordeelde dat het beleid van de Svb, waarbij alle inkomensbestanddelen worden meegeteld, niet kennelijk onredelijk is. Aangezien het totale netto-inkomen inclusief ontslagvergoeding boven de minimumnorm ligt, is de ingangsdatum terecht vastgesteld op september 2012.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd op september 2012 vanwege het ontbreken van financiële hardheid.