ECLI:NL:CRVB:2018:517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens toerekenbaar plichtsverzuim door privé raadplegen GBA
Appellant was sinds 1999 werkzaam bij de [Dienst] en werd verdacht van ambtelijk plichtsverzuim na het raadplegen van de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) voor privédoeleinden. Hoewel een strafrechtelijk onderzoek geen bewijs vond voor corruptie, stelde het disciplinaire onderzoek vast dat appellant meerdere malen gegevens van familie, vrienden en anderen had opgezocht.
Na het horen van getuigen en het bestuderen van de gedragsregels legde de minister appellant ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door gezondheidsproblemen niet verantwoordelijk kon worden gehouden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellant het plichtsverzuim niet kon ontkennen en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het gedrag en de eisen van integriteit binnen de [Dienst]. Argumenten over werkcultuur en onvoldoende voorlichting werden verworpen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig en toerekenbaar plichtsverzuim wordt bevestigd.