ECLI:NL:CRVB:2018:472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet naleven inlichtingenplicht en geen zelfstandige woonruimte
Appellant ontving bijstand sinds 2011 en werd na een anonieme tip onderzocht wegens vermoedens van zwartwerken en onjuiste woongegevens. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in vanwege het niet overleggen van transactieoverzichten en het ontbreken van zelfstandige woonruimte. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant maakte bezwaar tegen meerdere besluiten, waaronder de opschorting en intrekking van de bijstand, maar werd door de rechtbank afgewezen. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat het besluit tot opschorting niet aan hem persoonlijk was bekendgemaakt en dat hij onterecht werd verweten geen juiste informatie te hebben verstrekt.
De Raad oordeelde dat het besluit wel degelijk persoonlijk aan appellant was uitgereikt en dat hij niet tijdig de gevraagde gegevens had aangeleverd zonder geldige reden. Ook werd vastgesteld dat appellant niet beschikte over zelfstandige woonruimte en onvoldoende informatie gaf over zijn woon- en leefsituatie. De boete werd als proportioneel beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht.