ECLI:NL:CRVB:2018:462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- W.F. Claessens
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens onroerend goed in Suriname
Appellant ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) van 2007 tot 2014. De Sociale verzekeringsbank (Svb) ontdekte via onderzoek dat appellant eigenaar is van een perceel grond met woning in Suriname, wat niet was gemeld. De Svb trok daarom de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
Appellant voerde aan dat hij geen eigenaar is, maar dat zijn broer sinds 1967 het perceel te goeder trouw bezit en door verjaring eigenaar is geworden. Hij stelde dat hij destijds alleen met zijn moeder naar de notaris ging en zich niet bewust was van de aankoop.
De Raad oordeelde dat het perceel sinds 1966 op naam van appellant staat in het Surinaamse kadaster en dat dit een sterke vermoeden van eigendom geeft. Appellant slaagde er niet in met objectief bewijs aan te tonen dat hij niet over het perceel kon beschikken. De stelling van verjaring door de broer werd onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; intrekking AIO-aanvulling bevestigd wegens eigendom onroerend goed.