ECLI:NL:CRVB:2018:4303

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 december 2018
Publicatiedatum
10 januari 2019
Zaaknummer
17/1570 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV inzake de mate van arbeidsongeschiktheid en de toekenning van een WIA-uitkering. Tijdens de zitting erkende het UWV dat appellant per de beoordelingsdatum 40,62% arbeidsongeschikt is en daarmee recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit daarom niet in stand kan blijven en vernietigde de uitspraak van de rechtbank Limburg. Het UWV werd opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, rekening houdend met de vastgestelde arbeidsongeschiktheid.

Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De Raad bepaalde dat tegen de nieuwe beslissing op bezwaar alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld.

Appellant was niet aanwezig tijdens de zitting, het UWV werd vertegenwoordigd door mr. M.J.H.H. Fuchs. De uitspraak is openbaar en vormt een belangrijke bevestiging van het recht op een correcte beoordeling van arbeidsongeschiktheid en de bijbehorende uitkering.

Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met erkenning van 40,62% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

17.1570 WIA

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 10 februari 2017, 16/1323 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 19 december 2018
Zitting hebben: B.M. van Dun, B.J. van de Griend, E.C.R. Schut
Griffier: W.M. Swinkels
Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. M.J.H.H. Fuchs.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • vernietigt de aangevallen uitspraak;
  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 19 april 2016;
  • draagt het Uwv op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat tegen de door het Uwv te nemen nieuwe beslissing op bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.503,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
€ 170,- vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het Uwv heeft ter zitting erkend dat de arbeidsdeskundige, zoals ook blijkt uit het rapport van 14 december 2015, heeft vastgesteld dat appellant per de beoordelingsdatum 40,62% arbeidsongeschikt is en in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en dat de arbeidsdeskundige appellant per e-mail heeft geïnformeerd over deze bevindingen. Daaraan heeft het Uwv ter zitting het gevolg verbonden dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.
Om deze reden slaagt het hoger beroep en wordt beslist als weergegeven.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter,
W.M. Swinkels B.M. van Dun
md