ECLI:NL:CRVB:2018:427
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek om voorlopige voorziening verhuiskostenvergoeding Wmo 2015
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af, waarna verzoeker bezwaar maakte en in beroep ging tegen de afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt gehandhaafd.
Verzoeker diende meerdere verzoeken om voorlopige voorziening in, die eerder door de voorzieningenrechter werden afgewezen omdat de verhuizing reeds had plaatsgevonden en de kosten met hulp van familie waren voldaan. Het herhaalde verzoek van 30 december 2017 werd eveneens afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of ernstige onvolkomenheden in eerdere uitspraken.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de voorlopige voorziening bedoeld is om te gelden tot de uitspraak in de bodemprocedure en dat herhaalde verzoeken alleen in aanmerking komen bij belangrijke wijzigingen. Verzoeker werd gewezen op begeleiding die hij kan ontvangen zonder kosten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en een spoedeisend belang.