ECLI:NL:CRVB:2018:4221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- S. Wijna
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid wegens voortijdig ontslag ondanks loonconflict
Appellant was sinds januari 2015 werkzaam bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en tekende een verlenging tot november 2016. In december 2015 nam appellant ontslag vanwege een loonconflict, waarbij hij stelde dat niet alle gewerkte uren werden uitbetaald omdat hij een aanvullende bijstandsuitkering ontving. Het UWV kende appellant wel recht op WW-uitkering toe, maar weigerde uitbetaling wegens verwijtbare werkloosheid omdat appellant zonder noodzaak ontslag had genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij zijn baan had kunnen behouden door eerst schriftelijk loon te vorderen en desnoods de rechter in te schakelen. In hoger beroep voerde appellant aan dat het niet redelijk was om de werkzaamheden voort te zetten gezien de weigering van de werkgever om volledige loonbetaling.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat de werkgever daadwerkelijk weigerde te betalen en dat hij niet eerst schriftelijk zijn loonvordering had ingediend. Ook was niet gebleken dat appellant niet redelijkerwijs de dienstbetrekking had kunnen voortzetten. De verwijtbaarheid van de werkloosheid werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verwijtbare werkloosheid van appellant bevestigd.