Uitspraak
16.2436 WAO
OVERWEGINGEN
.Verder zijn er ook nog stukken ingediend die geen betrekking hebben op de periode van 22 februari 2007 tot 2 februari 2012 en deze stukken kunnen daarom ook niet leiden tot herziening.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 april 2016, waarin haar beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering niet te herzien, was afgewezen. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op de stelling dat het UWV fouten heeft gemaakt in de dossierverzameling en het medisch onderzoek.
De Raad beoordeelt het verzoek aan de hand van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat strikte voorwaarden stelt aan herziening van onherroepelijke uitspraken. De feiten of omstandigheden waarop het verzoek is gebaseerd, moeten vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend zijn geweest en bij bekendheid tot een andere uitspraak kunnen leiden.
De Raad oordeelt dat de door verzoekster aangevoerde feiten en stukken niet voldoen aan deze voorwaarden. De standpunten hadden in de eerdere procedure aan de orde kunnen komen en de medische stukken betreffen perioden die al bekend waren of niet relevant zijn voor de herziening. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de strikte wettelijke voorwaarden.