ECLI:NL:CRVB:2018:4174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheid en resterende verdiencapaciteit in WIA-zaak
Appellante heeft zich in september 2008 ziek gemeld met fysieke klachten en kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering toegekend vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar en beroep werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op circa 57% met een resterende verdiencapaciteit van €723,97 per maand. De rechtbank vernietigde de besluiten voor zover niet over schadevergoeding beslist en oordeelde dat de medische en arbeidskundige schatting stand hield.
In hoger beroep stelde appellante dat de verzekeringsartsen haar mogelijkheden overschat hadden en dat de functies die haar werden toegerekend niet passend waren, mede vanwege een urenbeperking van gemiddeld 4 uur per dag en 20 uur per week. De Raad beoordeelde dat de urenbeperking voldoende gemotiveerd was en dat appellante geen medische gegevens had overgelegd die dit tegenspraken.
De Raad ging ook in op de geschiktheid van twee functies: textielproductenmaker en productiemedewerker industrie. De arbeidsdeskundige had toegelicht dat de functies enkelvoudige, routinematige taken omvatten die appellante kon uitvoeren ondanks haar beperkingen. Ook het handelingstempo van de productiemedewerker werd als passend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat er geen redenen waren om de schatting van arbeidsongeschiktheid en resterende verdiencapaciteit op medische of arbeidskundige gronden onjuist te achten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van arbeidsongeschiktheid en resterende verdiencapaciteit en verklaart het hoger beroep ongegrond.