ECLI:NL:CRVB:2018:4153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting WIA-uitkering in WGA-loonaanvullingsuitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig boekhouder, meldde zich in 2007 ziek en ontving vanaf 2009 een loongerelateerde WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. In 2013 werd deze uitkering omgezet naar een WGA-vervolguitkering vanwege verbetering in haar functioneren. Later in 2015 werd de uitkering opnieuw omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Appellante stelde dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en daarom recht had op een IVA-uitkering. Het UWV handhaafde echter het besluit tot omzetting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was en dat de Duitse criteria voor arbeidsongeschiktheid niet doorslaggevend zijn.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en overhandigde medische rapporten ter onderbouwing. De Raad concludeerde dat deze rapporten betrekking hadden op een latere periode en geen aanleiding gaven om de eerdere beoordeling te wijzigen. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omzetting van de WIA-uitkering in een WGA-loonaanvullingsuitkering wordt bevestigd.