ECLI:NL:CRVB:2018:4138

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
19 december 2018
Zaaknummer
17-5365 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Participatiewet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijstand wegens huurinkomsten boven norm zonder verrekening hypotheeklasten

Appellant diende op 5 augustus 2016 een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet met ingang van 22 augustus 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees deze aanvraag af op 8 september 2016, omdat appellant inkomsten uit verhuur had die hoger waren dan de toepasselijke bijstandsnorm. Na bezwaar handhaafde het college dit besluit op 19 december 2016.

De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd dat appellant in de periode van 22 augustus tot en met 8 september 2016 huurinkomsten had die de bijstandsnorm overschreden. De stelling van appellant dat hypotheeklasten in mindering moesten worden gebracht op deze inkomsten werd verworpen.

De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de Participatiewet geen ruimte biedt voor verrekening van huurinkomsten met hypotheeklasten. Ook de argumentatie dat de woning slechts tegen een lagere prijs dan de schuld verkocht kan worden, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat huurinkomsten hoger waren dan de bijstandsnorm en hypotheeklasten niet mogen worden verrekend.

Uitspraak

17.5365 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 juli 2017, 17/222 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)
Datum uitspraak: 11 december 2018
Zitting heeft: G.M.G. Hink
Griffier: M.A.E. Lageweg
Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door H.J. Roerig.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Appellant heeft op 5 augustus 2016 een aanvraag om bijstand op grond van de Participatiewet (PW) ingediend met als gewenste ingangsdatum 22 augustus 2016. Het college heeft deze aanvraag bij besluit van 8 september 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 19 december 2016 (bestreden besluit), afgewezen omdat appellant inkomsten uit verhuur ontvangt die hoger zijn dan de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De te beoordelen periode loopt van 22 augustus 2016 tot en met 8 september 2016. Niet in geschil is dat appellant in die periode beschikte over inkomsten uit verhuur die boven de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm uit kwamen. De beroepsgrond dat op die inkomsten de hypotheeklasten in mindering moeten worden gebracht, slaagt niet. Uit vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 6 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4632 en de uitspraak van 6 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU9167) volgt dat er geen ruimte is voor verrekening van huurinkomsten met de hypotheeklasten. De PW biedt bij de vaststelling van het in aanmerking te nemen inkomen geen ruimte voor verrekening van verwervingskosten. Wat appellant heeft aangevoerd geeft geen aanleiding hierover anders te oordelen. De stelling dat de woning slechts kan worden verkocht tegen een lagere prijs dan de op de woning rustende schuld, betekent, wat daar ook van zij, niet dat sprake is van lagere inkomsten uit verhuur waarover appellant in de te beoordelen periode kon beschikken.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) M.A.E. Lageweg (getekend) G.M.G. Hink
md