ECLI:NL:CRVB:2018:4022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand na huisbezoek wegens twijfel woon- en leefsituatie
Appellante had een aanvraag om bijstand ingediend die werd afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. De afwijzing was gebaseerd op een huisbezoek dat op 15 september 2016 plaatsvond, waarbij werd onderzocht of appellante daadwerkelijk alleen met haar kinderen woonde.
Tijdens het onderzoek en een eerder spreekkamergesprek gaf appellante aan dat een man, [X], regelmatig langskwam om te helpen met de kinderen, maar niet bij haar overnachtte. Uit observaties tussen 6 en 15 september 2016 bleek echter dat een auto, vermoedelijk van [X], vaker en op tijden werd gezien die niet overeenkwamen met de verklaring van appellante.
Het college achtte dit voldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van de opgave dat appellante een alleenstaande ouder was. Het huisbezoek werd als een proportioneel en noodzakelijk middel gezien om de woon- en leefsituatie te verifiëren, nadat eerst minder belastende middelen waren ingezet.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht het huisbezoek had verricht en dat appellante de woon- en leefsituatie moest aannemelijk maken. Waarnemingen op het adres van [X] waren niet nodig. De afwijzing van de bijstandsaanvraag werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd vanwege een terecht uitgevoerd huisbezoek op redelijke gronden.