ECLI:NL:CRVB:2018:4012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand als alleenstaande bij eerdere gehuwdverklaring en gezamenlijk hoofdverblijf
Appellante ontving aanvankelijk bijstand naar de norm voor een alleenstaande in Hilversum, maar deze werd ingetrokken toen zij verhuisde naar een adres waar ook X woonde. Beide dienden een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande, maar het college kende bijstand toe naar de norm voor gehuwden. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Later werd haar bijstand beëindigd omdat zij niet meer op het adres woonde.
Appellante vroeg opnieuw bijstand aan als alleenstaande, maar het college wees dit af op grond van het onweerlegbaar rechtsvermoeden dat zij een gezamenlijke huishouding voert met X, omdat zij in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag als gehuwd waren aangemerkt en hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet tot gevolg heeft dat een fout van het college in het toekennen van bijstand aan X moet worden herhaald. Het beroep van appellante werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd, waardoor zij geen recht heeft op bijstand als alleenstaande.