ECLI:NL:CRVB:2018:400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CAK over maximale periodebijdrage en eigen bijdrage Wmo 2015
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van de maximale periodebijdrage en de in rekening gebrachte eigen bijdrage voor zorg en ondersteuning thuis op grond van de Wmo 2015. Het CAK had de maximale periodebijdrage vastgesteld en een factuur verzonden op basis van gegevens van de zorgaanbieder.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, ondanks dat het CAK appellante niet expliciet de gelegenheid had gegeven om nadere bezwaren tegen het besluit van 25 mei 2016 in te dienen. De rechtbank paste artikel 6:22 Awb Pro toe en oordeelde dat appellante niet benadeeld was.
In hoger beroep stelde appellante dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om haar standpunt te onderbouwen en dat de door de zorgaanbieder geregistreerde zorg onjuist was. De Raad oordeelde dat het CAK terecht uitging van de door de zorgaanbieder verstrekte gegevens, omdat appellante haar stelling niet kon onderbouwen. Tevens was voldoende gelegenheid geboden om standpunten te onderbouwen in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De Raad verwierp ook het verweer dat het CAK geen wettelijke grondslag had voor het vaststellen van de bijdrage. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.