ECLI:NL:CRVB:2018:3980

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 december 2018
Publicatiedatum
12 december 2018
Zaaknummer
17/5806 ANW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbAlgemene nabestaandenwet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening nabestaandenuitkering op grond van geen nieuw feit of omstandigheid

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzoek om herziening van een uitspraak inzake de nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. Verzoekster had verzocht om herbeoordeling van haar recht op deze uitkering, maar verscheen niet op de zitting.

De Raad stelde vast dat voor herziening nieuwe feiten of omstandigheden vereist zijn die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoekster bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden aan en gaf geen verklaring voor het niet betalen van het griffierecht.

De Raad benadrukte dat het herzieningsmiddel niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de eerdere uitspraak. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de nabestaandenuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

17.5806 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2017, 15/8157 ANW-V
Partijen:
[verzoekster] te Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 6 december 2018
Zitting heeft: M.M. van der Kade
Griffier: G.D. Alting Siberg
Ter zitting zijn verschenen: mr. O.F.M. Vonk namens de Svb. Verzoekster is niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht heeft de Raad geoordeeld dat verzoekster in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan de uitspraak van de Raad van 9 september 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:3323) niet in stand kan blijven. Verzoekster heeft geen verklaring gegeven voor het feit dat het griffierecht niet is betaald.
3. Verzoekster heeft gevraagd haar recht op nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet opnieuw te beoordelen.
4. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van
11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb, naar voren heeft gebracht.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) G.D. Alting Siberg (getekend) M.M. van der Kade
IvR