ECLI:NL:CRVB:2018:3954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van geschiktheid voor laatst verrichte arbeid als receptioniste
Appellante was werkzaam als receptioniste voor 28 uur per week en ontving een aanvullende WIA-uitkering vanwege een eerder doorgemaakt mammacarcinoom. Na beëindiging van haar dienstverband in februari 2015 meldde zij zich ziek vanwege bijwerkingen van medicatie. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was en het werk als receptioniste licht van aard was. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en overhandigde medische rapporten die een beperking tot 20 uur per week en ongeschiktheid voor intensief toetsenbordwerk stelden.
De Raad oordeelde dat de maatstaf arbeid de functie van receptioniste voor 28 uur per week is, waarbij rekening is gehouden met aangepaste werkzaamheden. Er was geen aanleiding voor nader onderzoek door het UWV. De medische beoordeling van de verzekeringsarts werd bevestigd, waarbij klachten en beperkingen voldoende waren meegewogen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het recht op ziekengeld bevestigd.