ECLI:NL:CRVB:2018:3949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging maatregel wegens te late aanvraag toeslag WIA-uitkering
Appellante heeft de toeslag op haar WIA-uitkering niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na het ontstaan van het recht aangevraagd, waardoor zij in strijd handelde met de Controlevoorschriften toeslagenwet. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft daarom een maatregel opgelegd met een korting van 20% gedurende drie maanden wegens overschrijding van de aanvraagtermijn.
De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep van appellante tegen deze maatregel ongegrond verklaard, waarbij werd benadrukt dat het Uwv geen verplichting heeft om uitkeringsgerechtigden te informeren over het recht op toeslag en dat er een evenredige verhouding bestaat tussen de overtreding en de opgelegde maatregel.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij niet op de hoogte was van het recht op toeslag en dat het Uwv niet benadeeld is door de late aanvraag, waardoor de maatregel onterecht zou zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de wettelijke verplichting tot tijdige aanvraag en het opleggen van een maatregel bij overschrijding onverminderd geldt, ook als het Uwv niet financieel is benadeeld.
Verder is vastgesteld dat appellante geen omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot verminderde verwijtbaarheid. Het eerdere niet opleggen van een maatregel door het Uwv in een vergelijkbaar geval kan niet leiden tot afwijking van de wettelijke regeling. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de maatregel wegens te late aanvraag toeslag wordt bevestigd.