ECLI:NL:CRVB:2018:3941
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend tot herziening van het besluit van 18 november 1999, waarbij zijn aanvraag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij ongeregeldheden.
De Raad stelt vast dat appellant in zijn herzieningsverzoek en het daarop volgende bezwaar in wezen dezelfde argumenten herhaalt die reeds eerder zijn beoordeeld. Hoewel aanvullende verklaringen zijn overgelegd die een uitgebreidere weergave van oorlogsgebeurtenissen bieden, ontbreekt een bevestiging dat appellant persoonlijk direct betrokken was bij beschietingen of andere ongeregeldheden zoals vereist.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het belang van directe confrontatie met geweld of het persoonlijk lijden van verwondingen wordt benadrukt. Het bestreden besluit blijft daarom in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.