ECLI:NL:CRVB:2018:392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering en dagloon na auto-ongeval en medische beoordeling
Appellante was sinds 1999 werkzaam als assistent administratief medewerkster en raakte in 2009 betrokken bij een auto-ongeval, waarna zij zich ziek meldde met nek- en hoofdpijnklachten. Na herstel en ontslag uit dienst werd zij in 2012 ziek gemeld vanuit de WW met diverse klachten. Het UWV stelde in 2014 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, maar bij bezwaar werd dit herzien tot 38,63% en werd een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de vastgestelde beperkingen en geschiktheid voor functies juist waren beoordeeld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV haar psychische en fysieke beperkingen had onderschat, mede op basis van een psychiatrisch rapport, en dat het dagloon onjuist was vastgesteld omdat zij een medische afzakker zou zijn.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat het psychiatrisch rapport niet leidde tot een andere conclusie. Ook werd het beroep op een ander refertejaar voor het dagloon verworpen, omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 7 augustus 2012 lag. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 38,63% en het vastgestelde dagloon wordt bevestigd.