ECLI:NL:CRVB:2018:3892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere vaststelling pgb 2013 wegens onvoldoende verantwoording zorgkosten
Appellante ontving voor 2013 een pgb van €26.378,68 voor AWBZ-zorg. Zij diende een verantwoordingsformulier in voor de tweede helft van 2013, maar het zorgkantoor keurde deze af wegens het ontbreken van zorgovereenkomsten, facturen, bankafschriften en een omschrijving van de geleverde zorg. Het zorgkantoor stelde het pgb vervolgens lager vast en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante niet voldeed aan de administratieve verplichtingen van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa). In hoger beroep betoogde appellante dat zij de administratie in goed vertrouwen aan een zorgverlener had overgelaten en overlegde aanvullende urenspecificaties en een zorgplan.
De Raad oordeelde dat de verantwoording van het pgb de eigen verantwoordelijkheid van de verzekerde blijft, ook als een derde de administratie verzorgt. Appellante gaf geen toelichting op de verleende zorg en het zorgplan bood onvoldoende inzicht in de aard en omvang van de zorg. Er kon niet objectief worden vastgesteld dat het pgb aan AWBZ-zorg was besteed. De lagere vaststelling en terugvordering door het zorgkantoor waren daarom niet onredelijk.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere vaststelling van het pgb door het zorgkantoor wordt bevestigd.