ECLI:NL:CRVB:2018:3888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Budgetgarantie afgewezen wegens niet onafgebroken verblijf in kleinschalig wooninitiatief
Appellant, met een verstandelijke beperking en autismespectrumstoornis, heeft sinds 2005 in een kleinschalig wooninitiatief van Stichting gewoond. Na een verhuizing in september 2015 woonde hij tijdelijk met slechts één medebewoner op een nieuwe locatie, waardoor niet werd voldaan aan de definitie van een kleinschalig wooninitiatief. Het zorgkantoor verleende appellant een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2016, maar weigerde een budgetgarantie toe te kennen omdat appellant niet onafgebroken in een kleinschalig wooninitiatief woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het begrip 'onafgebroken' ruim moest worden uitgelegd en dat zijn tijdelijke situatie niet tot het vervallen van de budgetgarantie mocht leiden. De Raad oordeelde echter dat de wettelijke definitie van een kleinschalig wooninitiatief vereist dat minimaal drie bewoners een pgb ontvangen en dat de bewoners binnen een straal van honderd meter wonen met een gemeenschappelijke verblijfsruimte.
Omdat appellant tussen 8 september 2015 en 2 januari 2016 slechts met één medebewoner woonde en de nieuwe locatie verder dan honderd meter van de oude lag, voldeed hij niet aan deze voorwaarden. Het argument van appellant dat het niet duidelijk was dat zijn verblijf werd onderbroken en dat de bedoeling was een kleinschalig wooninitiatief te realiseren, leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant niet onafgebroken woonachtig was in een kleinschalig wooninitiatief en daardoor geen recht heeft op budgetgarantie.