ECLI:NL:CRVB:2018:3780

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 november 2018
Publicatiedatum
28 november 2018
Zaaknummer
17/4543 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 PW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor advocaatkosten in Turkse echtscheiding

Appellante, woonachtig in Nederland, was op 27 januari 2014 gescheiden naar Nederlands recht en wenste tevens een echtscheiding volgens Turks recht te realiseren. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een in Nederland gevestigde advocaat die haar bijstond bij de Turkse echtscheiding.

Het college van burgemeester en wethouders van Deurne wees deze aanvraag af op grond van het territorialiteitsbeginsel van artikel 11 van Pro de Participatiewet, omdat de kosten niet aan Nederland verbonden zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het territorialiteitsbeginsel toekenning van bijzondere bijstand voor buiten Nederland gemaakte kosten uitsluit.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden van appellante in hoger beroep een herhaling zijn van eerdere argumenten en dat de rechtbank gemotiveerd heeft geoordeeld. De Raad bevestigt de uitspraak en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor advocaatkosten voor de Turkse echtscheiding.

Uitspraak

17.4543 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 24 mei 2017, 17/859 (aangevallen uitspraak) en op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Deurne (college)
Datum uitspraak: 20 november 2018
Zitting heeft: F. Hoogendijk
Griffier: J. Tuit
Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante woonde ten tijde hier van belang in Nederland. Zij is op 27 januari 2014 gescheiden naar Nederlands recht. Appellante wenste ook een echtscheiding naar Turks recht te bewerkstelligen. Daarom heeft zij op 16 januari 2016 bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (PW) aangevraagd voor de kosten van rechtsbijstand van een in Nederland gevestigde advocaat.
2. Bij besluit van 4 mei 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 9 februari 2017 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellante afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat toekenning in strijd is met het territorialiteitsbeginsel dat aan artikel 11 van Pro de PW ten grondslag ligt.
3. Appellante heeft daartegen in beroep, voor zover nu nog van belang, aangevoerd dat de kosten aan Nederland zijn verbonden, omdat de kosten van rechtsbijstand in Nederland worden gemaakt aangezien haar advocaat in Nederland is gevestigd.
4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, onder verwijzing naar artikel 11 van Pro de PW en naar de uitspraak van de Raad van 12 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL0246, het volgende overwogen. Het aan de PW ten grondslag liggende territorialiteitsbeginsel sluit de mogelijkheid tot bijstandsverlening uit ten aanzien van kosten die buiten Nederland zijn opgekomen of die betrekking hebben op kosten die niet aan Nederland zijn verbonden. De kosten ten behoeve van de scheiding naar Turks recht zijn niet aan Nederland verbonden, zodat geen plaats is voor toekenning van bijzondere bijstand voor die kosten. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat op de datum van de aanvraag het huwelijk van appellante reeds was ontbonden naar Nederlands recht. Dat appellante in Nederland woonachtig is en een in Nederland gevestigde advocaat zou inschakelen, maken dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.
5. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellante heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust.
6. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
7. Dit betekent dat er geen grondslag is om het college te veroordelen tot het vergoeden van schade. Het verzoek daartoe zal worden afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) J. Tuit (getekend) F. Hoogendijk
md