ECLI:NL:CRVB:2018:3742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellant was werkzaam als logistiek medewerker en meldde zich ziek met pols-, knie- en psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling stelde een verzekeringsarts vast dat appellant belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige berekende dat appellant 67,28% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het UWV het recht op ziekengeld introk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij klachten waren onderkend en gemotiveerd was waarom aanvullende stukken niets anders bewezen. In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij niet alle klachten had kunnen toelichten, tevens verzocht hij om een deskundige benoeming.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief anamnese, lichamelijk en psychisch onderzoek en betrokkenheid van de behandelend sector. De Raad volgde de rechtbank dat de functionele mogelijkheden juist waren vastgesteld en dat er geen medische gegevens waren die de stelling van appellant over een depressie of andere beperkingen ondersteunden.
De Raad vond geen aanleiding voor nader onderzoek en bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.