Uitspraak
16.4449 WWAJ
27 mei 2016, 15/4560 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 11 september 2014 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, omdat hij ten minste 75% van het maatmaninkomen kan verdienen. Dit leidde tot afwijzing van de aanvraag en het ongegrond verklaren van het bezwaar.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet verder reikten dan vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen zijn onderschat en verwees naar een oud medisch rapport en eerdere ontheffing van arbeidsverplichtingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet aan de voorwaarden voldoet voor een Wajong-uitkering omdat hij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is zoals bedoeld in artikel 2:4 van Pro de Wajong 2010. De medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn inzichtelijk en toereikend gemotiveerd, en de functies die appellant geacht wordt te kunnen vervullen overschrijden zijn belastbaarheid niet. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.