ECLI:NL:CRVB:2018:3678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herleving WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was sinds 1989 arbeidsongeschikt vanwege psychische klachten en ontving een WAO-uitkering vanaf 1990. In 2007 werd deze uitkering ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Diverse verzoeken tot herleving van de uitkering werden door het UWV afgewezen, omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na intrekking.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat medische verklaringen van specialisten een toename van psychische klachten in de relevante periode zouden aantonen. De Raad stelde vast dat deze medische stukken reeds bekend waren en beoordeeld in eerdere procedures en dat de klachten niet waren toegenomen ten opzichte van 2007.
De rechtbank had het besluit van het UWV inhoudelijk getoetst en geoordeeld dat er geen aanleiding was tot herziening. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herleving van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of toename van psychische klachten binnen vijf jaar na intrekking.