ECLI:NL:CRVB:2018:3669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige beoordeling
Appellant, voormalig medewerker technische dienst, meldde zich ziek met beenklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, vooral door beenklachten, onderschat waren en vroeg om aanvullend onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met medische rapporten van behandelend artsen, een medisch adviseur en een vaatchirurg. De functionele beperkingen zijn adequaat vertaald in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), die beperkingen in lopen, staan en zitten bevat die aansluiten bij de klachten en medische bevindingen.
De Raad concludeert dat de belastbaarheid van appellant voor de geselecteerde functies niet wordt overschreden en dat er geen aanleiding is voor nader onderzoek. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt bevestigd als beëindigd.