ECLI:NL:CRVB:2018:3584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen medische beperkingen
Appellant was sinds 1997 werkzaam als allround productiemedewerker en raakte in 2008 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Vanaf 2010 ontving hij een WGA-uitkering, die in 2015 werd ingetrokken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na een melding van verslechtering in 2016 stelde het UWV vast dat er geen toename van beperkingen was en weigerde de WIA-uitkering opnieuw toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan en de medische rapporten consistent en goed gemotiveerd waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn ziektebeeld progressief is en dat hij meer beperkingen zou moeten krijgen, maar kon geen nieuwe medische gegevens overleggen.
De Raad oordeelde dat het recht op herleving van de WIA-uitkering alleen geldt bij toename van medische beperkingen die eerder tot de uitkering leidden. Omdat de medische beperkingen gelijk waren gebleven en de toekomstige verslechtering niet relevant was voor de beoordeling op de datum in geschil, werd het beroep afgewezen. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen omdat geen toename van medische beperkingen is vastgesteld, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat.