Uitspraak
17.3169 PW-PV
BESLISSING
AOW-pensioen en de AIO-aanvulling in één bedrag zal overmaken en dat wijzigingen voortaan moeten worden doorgegeven aan de Svb. Voor het overige veranderde er niets.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft niet vanaf het begin van de AIO-aanvulling gemeld dat zij eigenaar was van een stuk landbouwgrond en een woning in Turkije, wat relevant is voor de beoordeling van het recht op AIO-aanvulling.
Ondanks herhaalde verzoeken heeft zij geen inzicht gegeven in de waarde van deze onroerende zaken, waardoor de Sociale verzekeringsbank (Svb) terecht de uitkering heeft ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2015.
De Raad oordeelt dat het besluit gebaseerd moet zijn op artikel 54, derde lid, van de Participatiewet, en dat de vermelding van het vierde lid in het besluit een kennelijke verschrijving is.
De beroepsgrond dat appellante niet wist dat zij de onroerende zaken moest melden faalt, mede omdat zij bij aanvang van de AIO-aanvulling door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op haar inlichtingenplicht is gewezen.
Opzet speelt geen rol bij de schending van de inlichtingenplicht en het argument dat appellante te weinig tijd had voor een taxatierapport wordt verworpen omdat zij uitstel had kunnen vragen. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wegens niet gemeld buitenlands vermogen wordt bevestigd.